|
Het Katharendom was een christelijke sekte, die rond de 12e eeuw ontsprong in de Languedoc. De eerste
volgelingen waren afkomstig uit de handel, ambachten en adel. De ketterij raakte vervolgens in de mode bij hoge heren, zoals
de graven van Foix en Toulouse en burggraven Trencavel van Béziers en Carcassonne.
De bescheiden houding van de Kathaarse
priesters, die de “Goede Heren” of “Zij die perfect zijn” werden genoemd, stak duidelijk af tegen
de losse moraal van de geestelijken en de overdaad van de kerk.
De Katholieke Kerk kon deze ketterij niet dulden.
Na pogingen de Kathaarse volgelingen te herwinnen voor de Katholieke Kerk, riep Paus Innocentius III op tot de eerste kruistocht
tegen de ketters. Hij bood zijn ridders dezelfde aflaten aan, als aan kruisridders in het Heilige Land.
De kruistocht
naar Zuid- Frankrijk begon in 1209, voornamelijk met ridders uit het noorden van het land onder leiding van Simon de Montfort.
De Occitaanse beschermers van de ketters werden snel overwonnen door het kerkelijke leger, dat slachtpartijen aanrichtte bij
Béziers en veel Kathaarse priesters op de brandstapel bracht op zijn tocht naar het zuiden. Tijdens de
kruistocht tegen de Katharen (ook wel Albigenzers genoemd), moest Carcassonne zich aan het katholieke leger overgeven, waarna
de toenmalige 24-jaar oude graaf Raymond-Roger Trencavel gevangen werd genomen. Trencavel bood de Katharen een vrijplaats
en was dus openlijk in oorlog tegen de Kerk. Een jaar later stierf hij
in een eenzame kerker.
De kruistocht leek inmiddels meer op een veroveringstocht. In 1213 verpletterde het leger
de gezamenlijke strijdkrachten van de Occitanen en de Catalanen, onder het bevel van Koning Peter II van Aragon en zijn zoon
Raimond VI, Graaf van Toulouse. Peter II werd gedood en Raimond vluchtte uit Toulouse.
Vanaf 1218 heroverden Graaf
Raimond VI en zijn zoon Graaf Raimond VII hun verloren bezittingen met de hulp van hun Provençaalse en Pyrenese bondgenoten.
Dit ging gepaard met een herleving van het Kathaarse geloof. Toulouse kwam in opstand toen de Graven terugkeerden. Simon de
Montfort werd in 1218 tijdens het beleg van Toulouse gedood door een stortvloed van stenen die door de vrouwen van de stad
werden gegooid. Zijn zoon Amaury verloor stukje bij beetje de door zijn vader overwonnen landerijen en stond zijn rechten
af aan de Koning van Frankrijk op voorwaarde dat hij ze kon terugwinnen.
Paus Honorius III riep op tot een tweede
kruistocht in 1226. Lodewijk VIII, koning van Frankrijk, benoemde zijn zoon tot aanvoerder van het leger, dat het Occitaanse
verzet meteen brak.
In 1229 werd het Verdrag van Meaux opgedrongen aan Graaf Raimond VII. Onder de voorwaarden van
dit verdrag werden de landen waar Oc werd gesproken voor altijd ingelijfd bij het gebied dat door de Franse kroon werd geregeerd.
In 1233 stichtte Paus Gregorius IX de Inquisitie om de wortels van het Katharendom voor eens en voor altijd te vernietigen.
In 1244 leidde Graaf Raimond VII opnieuw een opstand. Het koninklijk leger versloeg de rebellen echter snel en belegerde het
kasteel Monségur, waar de Katharen zich hadden verzameld. Het beleg kwam na 10 maanden tot een einde toen 215 ketters stierven
op de brandstapel .
De zoon van Raymond-Roger Trencavel, ook Raimond II geheten, probeerde in
1240 om Carcassonne terug in bezit te krijgen, maar hij faalde en moest vluchten naar Barcelona. Lodewijk IX gaf vervolgens
de opdracht om alle huizen die rondom het kasteel waren gebouwd, af te breken. De inwoners werden uit de Cité verbannen en
mochten gedurende 7 jaar niet meer in de Cité komen. In 1248 kregen zij toestemming om de Ville Basse (ook wel Bourg genoemd),
de benedenstad, te bouwen, aan de andere kant van de rivier de Aude. In het midden van de 14de eeuw omschreef Froissart de
nieuwe stad Carcassonne als een welvarende stad met zo'n 7000 huizen en beroemd om haar stoffenindustrie. Helaas stortte de
stoffenmarkt rond het begin van de 15de eeuw in. Het was pas aan het einde van de 17de eeuw dat de stad weer enige welvaart
kreeg. In de jaren van de Revolutie speelde Carcassonne slechts een bescheiden rol. De Revolutie, de Napoleontische Oorlogen
en de invloed van de Britten rond de Middellandse Zee maakten echter een einde aan de welvaart van Carcassonne. In de late
19de eeuw probeerde de stad, die zo goed en zo kwaad als het ging werd gerestaureerd, winst te maken in de opleving van de
wijnindustrie. Tegenwoordig verdient Carcassonne goed aan de toeristenindustrie.
De inname van kasteel Quéribus in 1255 luidde het einde van het militaire verzet in. Raimong VII stierf in 1271
zonder erfgenaam en zijn landerijen vervielen aan de Franse kroon.
| RAIMOND ROGER TRENCAVEL |
|
|
| LES ETAINS DU GRAAL |
|